Hartfalen
Vrijwel elke hartziekte vermindert op den duur in meer of mindere mate de pompfunctie van het hart. Wanneer de pompfunctie in belangrijke mate wordt beperkt en het functieverlies symptomatisch is geworden, treedt hartfalen op. Hartfalen betekent dus dat het hart niet meer kan doen dan het nog zou moeten kunnen doen. Hartfalen heeft - naast die van de oorspronkelijke hartziekte - een aantal typische klachten en symptomen. Daardoor kan het worden beschouwd als een aparte ziekte bovenop verschillende andere ziekten.
Hartfalen is de gemeenschappelijk eindfase van een groot aantal hartziekten, die optreedt als door hartziekte belangrijke schade aan het hart is ontstaan. Oorzaken van het ontstaan van hartfalen kunnen zijn: een hartinfarct, hoge bloeddruk (hypertensie) of een hartklepafwijking. Doordat hartfalen een gemeenschappelijk eindstadium van verschillende hartziekten is, is het voornamelijk een kwaal van oude mensen. Door verbetering van de behandeling van hartziekten neemt het aantal patiënten met hartfalen sterk af. Hartfalen betekent niet alleen een beperking van de pompfunctie, maar tevens een aanzienlijke versnelling van het tempo waarmee het aantal vezels in de hartspier afneemt. Het lichaam reageert hierop door de hartspier te versterken (hypertrofie) of te vergroten (dilatatie). Beide processen kunnen in eerste instantie de hartfunctie verbeteren en ondersteunen, op de langere termijn is dit echter niet meer voldoende en zal de hartfunctie alsnog verslechteren.







